[vc_row][vc_column][vc_column_text]Planschade, in de Omgevingswet nadeelcompensatie genoemd, is een bijzondere vorm van nadeelcompensatie. Zij is geregeld in Afdeling 15.1. Omgevingswet. De algemene regeling voor nadeelcompensatie is opgenomen in titel 4.5 Awb (Algemene wet bestuursrecht). Deze titel is nog niet in werking getreden. Zij treedt in werking met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Titel 4.5 geeft een algemene regeling voor nadeelcompensatie. De titel bevat:
- Algemene grondslagen voor nadeelcompensatie (4:126). NB: Artikel 4:126 Awb ziet op elk schadeveroorzakend handelen van een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid.
- Uniforme bepalingen aangaande de eisen die aan een verzoek worden gesteld (4:127).
- Mogelijkheid tot het heffen van een recht (4:128) (max. € 500).
- Vergoeding bijkomende schade en proceskosten (4:129)
- Uniforme bepalingen over de beslistermijn (4:130)
- Verjaringstermijn (4:131)
Afdeling 15.1 Omgevingswet neemt titel 4:5 Awb als uitgangspunt. Afdeling 15.1 heeft echter voorrang op titel 4:5. (Lex specialis). Voorzover niet geregeld in Afdeling 15.1 wordt teruggevallen op titel 4:5 Awb.
Titel 4:5 biedt een brede grondslag voor verzoeken om nadeelcompensatie. Er is geen lijst van limitatieve schadeoorzaken. Voor het omgevingsrecht is deze grondslag te breed. In artikel 15.1 Ow is een limitatieve lijst van schadeoorzaken opgenomen. De afbakening ten opzichte van titel 4:5 is limitatief en imperatief. Indien opgenomen in de lijst dan is Afdeling 15.1 van toepassing en niet de brede grondslag van titel 4:5. Er kan dan dus niet langs een andere weg om schadevergoeding gevraagd worden.
Schade die het rechtstreeks gevolg is van de genoemde oorzaken maar ook schade als gevolg van de feitelijke uitvoering komt voor vergoeding in aanmerking. Moment waarop om een tegemoetkoming in schade kan worden gevraagd schuift bij indirecte schade op. Niet het omgevingsplan maar de omgevingsvergunning (of activiteit waarop geen vergunning is vereist), is titel voor schade. Voor de activiteit geldt bovendien het bepaalde in 15.4 Ow. Schaduwschade komt niet voor vergoeding in aanmerking. Zie wel risicoaanvaarding in artikel 15.5. Hierin is een speciale regeling voor woningen opgenomen teneinde schaduwschade te verzachten.
Bij indirecte schade en voor zover het betreft de waardevermindering van een onroerende zaak wordt niet meer ter beoordeling van de schade een planologische vergelijking gemaakt maar een vergelijking van de voorafgaande feitelijke situatie met de vergunde of anderszins toegestane (feitelijke) situatie. Bij indirecte planschade en voor zover het betreft de waardevermindering van een onroerende zaak bedraagt de drempel in het kader van het normale maatschappelijke risico 4 %. Derhalve niet bij directe planschade en niet bij indirecte planschade anders dan waardevermindering van een onroerende zaak.
Zie voor meer info de powerpointpresentatie over dit onderwerp.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]