AbRS 17 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1398, Maximale invulling per schadefactor A74

Ik heb deze uitspraak opgenomen vanwege de volgende passage:

‘De deskundige dient een vergelijking te maken tussen de voor [appellant] meest ongunstige invulling van de planologische mogelijkheden van het oude en het nieuwe planologische regime. Daarin dient hij voor iedere relevante schadefactor dezelfde invulling aan het in de vergelijking te betrekken regime te geven.’

Ik beperk mij in het onderstaande tot indirecte planschade. Bij de planologische vergelijking dient te worden uitgegaan van de meest ongunstige invulling van zowel het oude als het nieuwe planologische regime. Van deze hoofdregel mag alleen worden afgeweken als de meest ongunstige invulling met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten. Van deze hoofdregel wordt niet snel afgeweken. De uitzonderingen beperken zich in hoofdzaak tot belemmeringen aangaande de meest ongunstige invulling uit andere rechtsgebieden. Bijvoorbeeld belemmeringen uit het milieurecht. Ook feitelijke belemmeringen kunnen een uitzondering op de hoofdregel van de meest ongunstige invulling rechtvaardigen. Zie voor uitzonderingen bijvoorbeeld onze Kennisbank bij ‘Maximale invulling oude planologische regime’, subtrefwoord ‘Fysiek en andere belemmeringen’ en ‘Uitzonderingen op de hoofdregel’. 

Ter voorkoming van het optreden van een louter theoretische schade ben ik de mening toegedaan dat in ieder regime per schadefactor van dezelfde meest ongunstige invulling dient te worden uitgegaan. Zo lijkt ook uit deze uitspraak te volgen. Bijvoorbeeld: indien er in het kader van de beperking van het uitzicht wordt uitgegaan van de invulling met een geluidscherm van bijvoorbeeld 15 meter hoog dan geldt in beginsel bij de geluidsbelasting dat ook wordt uitgegaan van de aanwezigheid van een geluidscherm van die hoogte. 

In AbRS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:849 overweegt de Afdeling evenwel:

‘Bij de beoordeling van een verzoek om tegemoetkoming in planschade als gevolg van planologische ontwikkelingen op gronden van derden, moet worden uitgegaan van de voor de aanvrager meest ongunstige invulling van de planologische mogelijkheden van die gronden. Dat kan voor de ene schadefactor, bijvoorbeeld voor de aantasting van privacy, een andere invulling zijn dan voor een andere schadefactor, bijvoorbeeld aantasting van het uitzicht.’  

Zie ook de overzichtsuitspraak AbRS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582 r.o. 2.2.

Kiest de Afdeling voor een andere van de eerdere jurisprudentie afwijkende andere koers of komt aan de uitspraak van heden geen algemene werking toe ?

Zie voor de volledige uitspraak AbRS 17 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1398.

Zie voor meer jurisprudentie de kennisbank planschade onder het trefwoord: Maximale invulling oude planologische regime en de subtrefwoorden Fysiek en andere belemmeringen en Uitzonderingen op de hoofdregel

Ontvangt u onze gratis digitale nieuwsbrieven planschade nog niet ? U kunt zich hier aanmelden.

Scroll naar boven