AbRS 26 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2042, Voorzienbaarheid Buitenring Parkstad Limburg

Ik heb deze uitspraak, waarin ik een contra-expertise heb opgesteld, waarin het standpunt was opgenomen dat van voorzienbaarheid geen sprake was, opgenomen in mijn nieuwsbrief vanwege de verduidelijking die de Afdeling geeft in relatie tot de meest nadelige uitwerking van een beleidsvoornemen. Binnen een zoekgebied moet rekening gehouden met de meest nadelige invulling. In casu is geen sprake van een zoekgebied en is de situering op de plankaart van het streekplan bepalend voor de vraag of sprake is van voorzienbaarheid van schade. Daarbij moet volgens vaste jurisprudentie rekening gehouden met een beperkte afwijking van het oorspronkelijke voornemen. In casu was de weg evenwel op circa 1 km van de woning op de streekplankaart geprojecteerd maar werd de weg in het (veel) latere bestemmingsplan kort nabij de woning geprojecteerd en beriep het college zich in navolging van zijn adviseurs op voorzienbaarheid. 

De Afdeling overweegt:

‘6.2. In geschil is of de schade als gevolg van de aanleg van de ringweg voorzienbaar was op grond van het streekplan 1977.

Op de bij het streekplan 1977 behorende kaart van de hoofdverkeersstructuur van Zuid-Limburg is met een rode stippellijn een potentieel tracé voor een nieuwe weg langs de noordelijke rand van de bebouwde kom van Brunssum aangeduid. Deze kaart heeft een grofmazig karakter. Ter zitting van de Afdeling hebben [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] gesteld dat de rode stippellijn op een kortste afstand van minimaal 1 km van de woningen is getrokken. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze stelling niet juist is.

Niet in geschil is dat de aanleg van de rondweg op een kortste afstand van minimaal 1 km van de woningen niet tot schade in de vorm van een waardevermindering van de woningen had geleid. Dat betekent dat de schade als gevolg van de aanleg van de ringweg niet voorzienbaar was op grond van de bij het streekplan behorende kaart van de hoofdverkeerstructuur van Zuid-Limburg. Dat, zoals het college met verwijzing naar de jurisprudentie betoogt, een redelijk denkend en handelend koper van de meest nadelige uitwerking van een beleidsvoornemen uitgaat en niet is vereist dat de omvang van de nadelige gevolgen van de aanleg van de nieuwe weg met nauwkeurigheid bepaalbaar was, leidt niet tot een ander oordeel. Die jurisprudentie heeft betrekking op een beleidsvoornemen met een zogenoemd zoekgebied voor een planologische ontwikkeling, waarbij die ontwikkeling in dat zoekgebied moest plaatsvinden, maar nog niet duidelijk was waar precies. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 29 januari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:279). Deze situatie doet zich in dit geval echter niet voor. Op de kaart is geen zoekgebied aangeduid en de rode stippellijn komt niet in de buurt van de woningen. Op grond van de kaart hoefde een redelijk denkend en handelend koper geen rekening te houden met de mogelijkheid dat de aanleg van de nieuwe weg tot schade in de vorm van een waardevermindering van de woningen zou kunnen leiden.’

Zie voor de volledige uitspraak AbRS 26 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2042.

Zie voor meer jurisprudentie de ‘kennisbank planschade’ van Langhout & Wiarda, onder het trefwoord ‘voorzienbaarheid’.

Ontvangt u onze gratis digitale nieuwsbrieven planschade nog niet ? U kunt zich hier aanmelden.

 

Scroll naar boven