In de onderhavige uitspraak was de aanvrager het niet eens met de door de adviseur geadviseerde hoogte van de schade. Volgens vaste jurisprudentie mag het bestuursorgaan afgaan op het door de adviseur uitgebrachte advies tenzij er concrete uitgangspunten naar voren zijn gebracht waaruit blijkt dat aan het advies zodanige gebreken kleven dat het advies niet mag worden gevolgd. Burgemeester en wethouders hebben in dat kader een onderzoeksplicht, zo volgt uit artikel 3:9 Awb.
Indien door de adviseur de juiste uitgangspunten ten grondslag zijn gelegd aan de planologische vergelijking dan rest de vraag of de hoogte van de schade juist is gewaardeerd. Een waarderingskwestie derhalve. Uit de jurisprudentie volgt dat een verschil in waardering nog niet met zich meebrengt dat het advies zodanige gebreken bevat dat het advies in alle redelijkheid niet had mogen gevolg door het college. Zie bijvoorbeeld AbRS 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:986 De rechter toetst of de hoogte van de geadviseerde schade kan worden gedragen door de motivering ervan. De onderhavige uitspraak is een voorbeeld daarvan. De rechter mag evenwel niet zo ver gaan dat hij zijn oordeel in de plaats stelt van dat van de adviseur. Zie het trefwoord rechterlijke toetsing versus deskundigen oordeel. In casu komt de Afdeling tot de conclusie dat de hoogte van de schade niet worden gedragen door de daaraan ten grondslag liggende motivering.
De Afdeling overweegt:
“4.3. Uit het advies van Tog volgt dat zij de schade heeft getaxeerd op € 15.000,00, hetgeen neerkomt op een waardevermindering van 3,1%. Tog heeft in haar advies toegelicht dat zij bij deze taxatie gebruik heeft gemaakt van een schadecategorie-indeling met controlepercentages, waarbij een waardedaling van 1-3% correspondeert met de categorie “lichte schade” en een waardedaling van 4-7% met de categorie “middelzware schade”. De schade dient te worden aangemerkt als “lichte tot middelzware schade” en deze categorie-indeling doet recht aan het geconstateerde planologische nadeel. De geconstateerde waardevermindering staat in verhouding tot dit nadeel, aldus het advies van Tog.
Zoals hiervoor in 4.2 is overwogen, heeft Tog geconcludeerd dat door de toename van de bebouwingsmogelijkheden het uitzicht vanuit de woning en tuin van [appellant] in verdergaande mate nadelig wordt beïnvloed, dat de privacy van [appellant] is aangetast, dat het (zon)licht in beperkte mate is verminderd en dat de overlast in beperkte mate is toegenomen. Gelet daarop, alsmede gelet op de nadere toelichting ter zitting door [appellant] over de gevolgen van de toename van de bouwmassa, en gelet op de door Tog gehanteerde categorie-indeling met controlepercentages, behoeft de conclusie van Tog, dat de indeling in de schadecategorie “lichte schade” tot “middelzware schade” recht doet aan het geconstateerde nadeel en dat de waardevermindering van 3,1% in verhouding staat tot het planologische nadeel, een nadere toelichting.
Gelet op het voorgaande mocht het college de taxatie van Tog, vervat in het advies van Tog, niet of niet zonder meer aan de besluitvorming ten grondslag leggen. De conclusie is dat het besluit op bezwaar in zoverre in strijd is met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. De rechtbank heeft dit niet onderkend.”
Bron:www.rechtspraak.nl
Voor meer informatie met betrekking tot het heersende recht aangaande planschade: Zie onze “kennisbank“.