AbRS 7 september 2016,ECLI:NL:RVS:2016:2398 Verlaging Woz-waarde Tilburg

In deze casus is wederom  de vraag aan de orde, welke betekenis moet worden toegekend aan een verlaging van de Woz-waarde in relatie tot de hoogte van de in het kader van een aanvraag om tegemoetkoming in planschade geadviseerde schade. De door de adviseur geadviseerde waardevermindering bedroeg € 22.000,00. In het kader van de Woz was de waarde verminderd van  € 110.000,00 naar € 9.000,00. Appellanten beroepen zich erop dat hieraan in het kader van de taxatie ten onrechte geen betekenis is toegekend.

De Afdeling overweegt als volgt:

“8.1. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraak van 16 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM7718) kan de WOZ-waarde van een woning van belang zijn voor de bepaling van de omvang van de te vergoeden schade, indien een bestemmingsplan of een andere planologische maatregel tot een planologische verslechtering heeft geleid ten opzichte van de mogelijkheden onder het daarvoor geldende regime. Bij het bepalen van de WOZ-waarde wordt niet, zoals bij planvergelijking, gekeken naar de maximale invulling van het planologische regime, maar is vooral de feitelijke situatie bepalend. Daarom kan de WOZ-waarde niet één-op-één worden overgenomen bij het vaststellen van de planschade. Voor zover [appellanten] zich op het standpunt stellen dat de daling van de WOZ-waarde ertoe zou moeten leiden dat de tegemoetkoming in planschade wordt vastgesteld op € 101.000,00, kunnen zij dus daarin niet worden gevolgd. Zoals de Afdeling meermalen heeft overwogen kan van het betrokken college wel worden verlangd dat het zijn besluit van een nadere motivering voorziet indien een aanzienlijk verschil tussen de WOZ-waarde en de taxatiewaarde in het kader van planschade bestaat (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1329).

8.2. In het besluit op bezwaar is hierop ingegaan. De peildatum voor planschade is in dit geval 24 december 2011. De WOZ-waarde van € 110.000,00 geldt voor de WOZ-peildatum 1 januari 2010. De Afdeling constateert een groot verschil met de waardering op de volgende WOZ-peildatum. De WOZ-waarde is per 1 januari 2011 vastgesteld op € 9.000,00. Het college wijst er terecht op dat de peildatum voor planschade bijna een jaar later ligt. [appellanten] hebben evenwel reeds in hun zienswijze van 25 januari 2014 op het concept-advies van de SAOZ en ook ter zitting gezegd dat de WOZ-waarde per 1januari 2012 niet veel afwijkt van de waarde van een jaar eerder. Hoewel het college terecht stelt dat bij de bepaling van een WOZ-waarde geen rekening wordt gehouden met een maximale planologische invulling, is de WOZ-waarde op 1 januari 2012 in dit geval van belang omdat er in beginsel van mag worden uitgegaan dat de nieuwe planologische situatie geheel dan wel nagenoeg gelijk is aan de feitelijke situatie van het perceel per 1 januari 2012. Met de stelling dat het bedrag van € 9.000,00 alleen betrekking heeft op de waardering van de bosgrond en dat, zoals [appellanten] zelf ook zeggen, met de bestaande tennisbaan geen rekening is gehouden, heeft het college geen afdoende verklaring gegeven voor het forse verschil in de WOZ-waarden. Daarbij acht de Afdeling tevens van belang dat [appellanten] in 2003 bezwaar hebben gemaakt tegen een te lage WOZ-waarde van het perceel. Die waarde was blijkens het daarop volgende besluit van 19 maart 2004 in verband met de aanwezigheid van de tennisbaan met een bijbehorende afrastering en een slooprijpe berging inderdaad te laag vastgesteld. Voor het volgende tijdvak is de WOZ-waarde verhoogd. Onder deze omstandigheden heeft het college niet voldaan aan zijn verzwaarde motiveringsplicht in geval een aanzienlijk verschil tussen de WOZ-waarde en de taxatiewaarde in het kader van planschade bestaat. Het besluit van 27 november 2014 is ook in zoverre genomen in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb.”

Bron: www.rechtspraak.nl

De verlaging van de WOZ-waarde als gevolg van een planologische wijziging kan van invloed zijn op de toegekende planschadevergoeding. Indien de feitelijke situatie voor en na de plan0logische wijziging niet of nauwelijks verschillen en peildata dicht bij elkaar liggen rust op het college een verzwaarde motiveringsplicht in het geval de begrote planschade en de verlaging van de WOZ-waarde aanmerkelijk verschillen. In casu voldoet de motivering hier niet aan.

Voor meer informatie met betrekking tot het heersende recht aangaande planschade: Zie onze “kennisbank“.

Scroll naar boven