In deze uitspraak is het vervallen van bebouwings- en gebruiksmogelijkheden aan de orde. Zoals ik al eerder in de nieuwsbrieven aangaf dient er een onderscheid te worden gemaakt in het vervallen van bebouwingsmogelijkheden en het vervallen van gebruiksmogelijkheden. Bij het niet benutten van bestaande bebouwingsmogelijkheden, terwijl er voortekenen zijn dat deze bebouwingsmogelijkheden komen te vervallen, dan wel worden beperkt, kan passieve risicoaanvaarding aan een gelaedeerde worden tegengeworpen omdat hij of zij geen concrete pogingen heeft ondernomen om de bestaande bebouwingsmoglijkheden te benutten. Bij het vervallen van gebruiksmogelijkheden dient een andere beoordeling plaats te vinden. Immers bij een dreigend verval van gebruiksmogelijkheden is het niet altijd mogelijk om de bestaande gebruiksmogelijkheden te verzilveren. Indien een bestemming bijvoorbeeld een ruim scala aan gebruiksmogelijkheden kent en een deel van deze gebruiksmogelijkheden komt te vervallen dan kunnen al deze gebruiksmogelijkheden in de regel niet verzilverd worden. Door het vervallen van een relevant deel van de gebruiksmogelijkheden zal de courantheid van de onroerende zaak afnemen. Als gevolg van het vervallen van gebruiksmogelijkheden kan het leegstandsrisico toenemen, hetgeen tot een lagere kapitalisatiefactor (hogere yield) en dus een lagere waarde zal gaan leiden. Indien evenwel het op de peildatum bestaande gebruik de hoogste waarde genereert is van planologisch nadeel geen sprake.
De Afdeling overweegt:
“3.2. In het besluit van 17 februari 2015, gelezen in samenhang met het daarin ingelaste advies van het KOB van 16 januari 2015, is inzichtelijk gemaakt dat de onroerende zaak voor een redelijk denkend en handelend koper onder het oude planologische regime zijn hoogste waarde aan de huidige inrichting en het huidige gebruik ontleende en dat die waarde niet ten gevolge van de beperking van de gebruiksmogelijkheden van de onroerende zaak is aangetast. In een advies van Thorbecke B.V. – rechtsopvolger van het KOB – van 7 mei 2015 is in dit verband nog vermeld dat een koper voor het realiseren van de vervallen gebruiksmogelijkheden veel meer in de onroerende zaak diende te investeren dan rendabel was.
Het betoog van [appellant] biedt geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het standpunt van het college. Hij heeft niet met een rapport van een andere deskundige aannemelijk gemaakt dat dit standpunt niet juist is. Daarvan uitgaande, heeft [appellant] als gevolg van de verandering van de gebruiksmogelijkheden geen schade in de vorm van een waardevermindering van de onroerende zaak geleden, zodat niet van belang is of hij het risico heeft aanvaard dat die gebruiksmogelijkheden bij de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan zouden veranderen.”
Lees verder AbRS 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1395
Kijk voor het laatste planschadenieuws op Twitter Follow @TAPLanghout
De redacteur van de nieuwsbrief kunt u ook volgen op Linkedin. nl.linkedin.com/pub/ted-langhout/15/912/654