AbRS 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1536 Deskundigenkosten Aalburg

In de onderhavige uitspraak is weer eens discussie over de vergoeding van de deskundigenkosten. In casu is het bezwaar ongegrond verklaard en is het verzoek om vergoeding van de door aanvrager in bezwaar gemaakte proceskosten afgewezen. Het college heeft, naar het stelt onverplicht en uit coulance, aanvrager naast de planschadevergoeding een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand als bedoeld in artikel 6.5, aanhef en onder a, van de Wro toegekend van € 460,00.Volgens het college heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat uit artikel 6.5, aanhef en onder a, van de Wro een verplichting tot het vergoeden van kosten van rechtsbijstand volgt. Het college voert aan dat de rechtbank aldus is voorbijgegaan aan de inhoud van het verzoek van aanvrager. Zij is ook voorbijgegaan aan de jurisprudentie die inhoudt dat geen vergoeding hoeft te worden toegekend indien het inschakelen van een deskundige niet redelijk is of de gemaakte kosten van rechtsbijstand niet redelijk zijn, aldus het college.

De Afdeling overweegt:

“6.1. Ingevolge artikel 6.5, aanhef en onder a, van de Wro vergoedt het college, indien het college een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 6.1 toekent, daarbij tevens de redelijkerwijs gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand.

6.2. Kosten gemaakt ten behoeve van het indienen van een zienswijze naar aanleiding van een conceptadvies van een door het college ingeschakelde deskundige, kunnen voor vergoeding in aanmerking komen, indien het inroepen van bijstand redelijk was en de kosten van het instellen van een zienswijze redelijk zijn. De tarieven van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn hierbij niet van toepassing. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:450.

6.3. Nu het college [wederpartij] een tegemoetkoming in de planschade heeft toegekend, volgt uit artikel 6.5, aanhef en onder a, van de Wro dat het college tevens de door [wederpartij] redelijkerwijs gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand vergoedt. Nu niet valt in te zien dat de inschakeling van een deskundige door [wederpartij] in dit geval niet redelijk is en uit het besluit van 18 november 2014 kan worden afgeleid dat het college de gemaakte kosten tot een bedrag van € 460,00 kennelijk redelijk acht, is het college op grond van artikel 6.5, aanhef en onder a, van de Wro gehouden deze kosten te vergoeden.”

Indien een tegemoetkoming in planschade wordt toegekend dan dient het college in beginsel ook de door aanvrager redelijkerwijs gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand te vergoeden, tenzij de inschakeling van een deskundige niet redelijk is. Ook dienen de deskundigenkosten zelf redelijk te zijn.

Anders dan onder het oude recht is niet vereist dat de inschakeling van deskundigen leidt tot een voor aanvrager meer gunstig resultaat. Zie AbRS 11 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1032. In de uitspraak AbRS 1 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX3290 wordt een aanzet gegeven, wanneer in redelijkheid geen aanleiding bestaat om een deskundige in te schakelen.

Indien een niet-juridisch deskundige wordt opgeroepen, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die de bijstand van deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden ten tijde van de inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag.

Scroll naar boven