AbRS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2572, Splitsing bouwkavel en nmr Woensdrecht

In deze uitspraak wordt door de derde-belanghebbende, met wie de gemeente een verhaalsovereenkomst heeft gesloten, onder meer betoogt dat het beperkte planologische nadeel geheel onder het normaal maatschappelijk risico van aanvrager valt.

De Afdeling overweegt:

“4.2. De vraag of en, zo ja, in hoeverre schade tot het normaal maatschappelijk risico behoort, moet worden beantwoord met inachtneming van alle van belang zijnde omstandigheden van het geval. Van belang is onder meer of de ontwikkeling als een normale maatschappelijke ontwikkeling kan worden beschouwd, waarmee de benadeelde rekening had kunnen houden in de zin dat de ontwikkeling in de lijn van de verwachtingen lag, ook al bestond geen concreet zicht op de omvang waarin, de plaats waar en het moment waarop de ontwikkeling zich zou voordoen. In dit verband komt betekenis toe aan de mate waarin de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het gevoerde beleid past. Omstandigheden die verder van belang kunnen zijn, zijn de afstand van de locatie waar de ontwikkeling heeft plaatsgevonden tot de onroerende zaak van de benadeelde en de omvang van het door de ontwikkeling veroorzaakte nadeel.

De woning van [appellant] is gerealiseerd in een lommerrijke woonwijk met vrijstaande woningen op ruime kavels. Volgens de overeenkomst die [appellant] met de gemeente heeft gesloten is het perceel met vrijstaande woning [locatie 2] gesplitst en is de nieuwe woning gerealiseerd op het afgesplitste bouwperceel. Volgens een bij de overeenkomst gevoegde plattegrond van de woonwijk waarop het bouwperceel is ingetekend, heeft het bouwperceel een geringere oppervlakte dan de ruime kavels die de woonwijk kenmerken. Het bouwperceel vormde geen open plek in de woonwijk en was in zoverre niet herkenbaar als toekomstige inbreidingslocatie. Ter zitting heeft het college voorts toegelicht dat er geen op schrift gesteld gemeentelijk beleid is over de splitsing van percelen en de verdichting van bestaande woonwijken. Het voorgaande betekent dat, gezien de ruimtelijke structuur van de omgeving en het bestaande gemeentelijke beleid, de bouw van de nieuwe woning niet in de lijn van de verwachtingen lag. [partij] hoefde daarom geen rekening te houden met de bouw van de nieuwe woning van [appellant].

De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het college zich terecht, in navolging van het SAOZ-advies, op het standpunt heeft gesteld dat voor [partij] slechts het forfaitair normaal maatschappelijk risico van artikel 6.2, tweede lid, van de Wro geldt.”

Het is vaste jurisprudentie dat inbreiding met woningen een normale maatschappelijke is. In casu had deze vanwege de bestaande ruimtelijke structuur van de omgeving op deze plek niet behoeven te worden verwacht en blijft het bij toepassing van de forfaitaire drempel van 2%.

 

 

Scroll naar boven