In casu was de vraag aan de orde of een concreet beleidsvoornemen (voorontwerp bestemmingsplan) wel op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden en dat derhalve aan het kenbaarheidsvereiste was voldaan.
De Afdeling overweegt:
“5.2. Niet in geschil is dat het voorontwerp een concreet beleidsvoornemen in de hiervoor bedoelde zin inhoudt. Partijen zijn onder meer verdeeld over het antwoord op de vraag of de openbaarmaking van het voorontwerp op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden. In dit verband is van belang of de openbaarmaking ertoe heeft geleid dat een redelijk denkend en handelend koper ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak kennis kon nemen van het voorontwerp, door onderzoek te doen in openbare bronnen, waarvan redelijkerwijs valt te verwachten dat een eventueel concreet beleidsvoornemen met betrekking tot de onroerende zaak daarin gepubliceerd is. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 9 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2957).
5.3. De Nieuwe Ooststellingwerver is een nieuwsblad in de zin van artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De kennisgeving van het voorontwerp heeft op de in die bepaling voorgeschreven wijze plaatsgevonden. [appellante] heeft, gelet op het volgende, niet aannemelijk gemaakt dat het ten tijde van de investeringsbeslissing redelijkerwijs niet mogelijk was kennis te nemen van de editie van De Nieuwe Ooststellingwerver van 26 februari 2003.
Vaststaat dat de gemeente op 26 februari 2003 voor het doen van officiële bekendmakingen onder meer gebruik maakte van De Nieuwe Ooststellingwerver. Dat [appellante], naar zij stelt, dit op 15 januari 2005 niet wist, komt voor haar risico. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij daarvan redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn. Dat De Nieuwe Ooststellingwerver een abonneekrant is en, anders dan een huis-aan-huisblad, niet bij een ieder wordt bezorgd, is niet van belang. [appellante] is immers niet gevestigd in het bezorgingsgebied van de krant. Zij zou derhalve ook niet meteen kennis van het beleidsvoornemen hebben genomen als het op 26 februari 2003 in een huis-aan-huisblad was gepubliceerd. Waar het om gaat, is of [appellante], bijvoorbeeld door onderzoek in het archief van De Nieuwe Ooststellingwerver te doen, voorafgaand aan de investeringsbeslissing van 15 januari 2005 alsnog kennis van het beleidsvoornemen had kunnen nemen. Indien zij, zoals zij stelt, destijds slechts tegen betaling van € 1,00 per exemplaar toegang tot het archief had gekregen, is dat op zichzelf geen reden waarom het doen van onderzoek redelijkerwijs niet van haar gevergd kon worden. Dit is geen onredelijk hoog bedrag.
5.4. Niet in geschil is dat de inhoud van het bericht in De Nieuwe Ooststellingwerver voldoende is om voorzienbaarheid te kunnen tegenwerpen. Van een redelijk denkend en handelend koper mag op basis van dat bericht worden verwacht dat hij het voorontwerp zou raadplegen. Dit betekent dat de planologische verandering voor [appellante] op 15 januari 2005 voorzienbaar was.”
Zie AbRS 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3966, Kenbare voorzienbaarheid Ooststellingwerf.
Zie voor meer jurisprudentie de kennisbank planschade onder het trefwoord: voorzienbaarheid.
Ontvangt u onze gratis digitale nieuwsbrieven planschade nog niet ? U kunt zich hier aanmelden.