In casu was de vraag aan de orde of als gevolg van de terinzagelegging van een voorontwerpbestemmingplan de voorzienbaarheid, die aan een eerder kenbare gemaakte structuurvisie kon worden ontleend, door dat voorontwerp wordt doorbroken, zodat van voorzienbaarheid ten tijde van de aankoop geen sprake was.
Het is juist dat als gevolg van nieuw planologisch beleid voorzienbaarheid ontleend aan eerder planologisch beleid doorbroken kan worden. Voor de volledigheid wijs ik erop dat dit alles beoordeeld dient te worden ten tijde van de koop van de onroerende zaak, danwel ten tijde van de investeringsbeslissing. Voor voorbeelden in de jurisprudentie zie onze kennisbank planschade, onder het trefwoord voorzienbaarheid, en vervolgens onder het subtrefwoord doorbreking voorzienbaarheid.
In casu is van doorbreking van voorzienbaarheid, anders dan appellant meent, geen sprake. Appellant voert aan dat in de eerste en de tweede structuurvisie is vermeld dat de ontwikkeling van woningbouw in het plangebied belemmeringen zal ondervinden als gevolg van bestaande agrarische bedrijvigheid. Voorts voert hij aan dat uit het later ter inzage gelegde voorontwerp van het bestemmingsplan blijkt van een concreet beleidsvoornemen om de bouw van maximaal vijf woningen op een inbreidingslocatie in het plangebied mogelijk te maken, dat de agrarische bestemming voor het resterende deel van het plangebied in het voorontwerp is gehandhaafd en dat daarbij niet is vermeld dat dit is geschied als tijdelijke conserverende bestemming, in afwachting van een toekomstige andere invulling van het plangebied.
De Afdeling overweegt:
“Vaststaat dat de eerste en tweede structuurvisie een concreet beleidsvoornemen in de hiervoor bedoelde zin inhouden.
3.3. Anders dan [appellant] betoogt, was, niettegenstaande de door [appellant] bedoelde agrarische bedrijvigheid, de planologische ontwikkeling die door de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan mogelijk is gemaakt, ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak voorzienbaar. In het kader van de voorzienbaarheid is de meest ongunstige uitwerking van het beleidsvoornemen beslissend. Daarvan uitgaande, zou een redelijk denkend en handelend koper bijvoorbeeld ook rekening houden met de mogelijkheid van een verplaatsing van agrarische bedrijvigheid, voor zover die bedrijvigheid in de weg zou staan aan de uitwerking van dat beleidsvoornemen.
3.4. Dat uit het voorontwerp blijkt van een beleidsvoornemen om de bouw van maximaal vijf woningen op een inbreidingslocatie in het plangebied mogelijk te maken, dat de agrarische bestemming voor het resterende deel van het plangebied in het voorontwerp is gehandhaafd en dat daarbij niet is vermeld dat dit slechts een tijdelijke conserverende bestemming is, betekent niet dat het beleidsvoornemen om woningbouw in het resterende deel van het plangebied te realiseren ook voor de langere termijn is prijsgegeven. Voor dat oordeel is van belang dat het niet ongebruikelijk is woningbouw in fasen te realiseren en dat in de toelichting op het voorontwerp is vermeld dat onder meer de tweede structuurvisie het beleidskader voor het voorontwerp was. Uit het voorontwerp valt niet af te leiden dat het resterende deel van het plangebied niet langer in beeld was als locatie voor woningbouw. Dat betekent dat een redelijk denkend en handelend koper ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak nog steeds rekening zou houden met de mogelijkheid dat de planologische situatie in het resterende deel van het plangebied in een voor die koper ongunstige zin zou veranderen.”
Zie voor de volledige uitspraak AbRS 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4144, Doorbreking voorzienbaarheid Halderberge.