In de onderhavige uitspraak was in geding de hoogte van de schade als gevolg van de planologische wijziging. De waarde voor de wijziging was niet in geding. De SAOZ taxeert de schade op € 28.750,– De door de derde-belanghebbende ingeschakelde taxateur taxeert de schade op € 15.000,–. De door de Afdeling ingeschakelde StAB komt tot een schade van € 30.000,–. Voor zover niets bijzonders. Ik heb deze uitspraak evenwel opgenomen in de mijn nieuwsbrief omdat de Afdeling als gevolg van bovenstaand verschil het besluit en daarmee het advies van de SAOZ in stand laat omdat het verschil tussen deze taxaties naar haar oordeel binnen in beginsel aanvaardbare marges valt. Dit is mijns inziens een positieve ontwikkeling omdat de Afdeling een StAB advies en in het verlengde daarvan de taxatie ook wel overneemt bij geringe waarderingsverschillen tussen de door de gemeente ingeschakelde deskundige en de StAB. Dit in afwijking van de hoofdregel dat waarderingsverschillen tussen deskundigen nog niet tot het oordeel leidt dat het advies van de door de gemeente ingeschakelde deskundige als gevolg daarvan gebreken bevat. De uitspraak waar de Afdeling naar verwijst betreft ook waarderingsverschillen tussen deskundigen niet zijnde de StAB.
De Afdeling overweegt:
11. De STAB heeft de door de Afdeling gestelde vragen in haar rapport beantwoord. Volgens de STAB bedraagt de taxatiewaarde van het perceel na de peildatum € 290.000,00. De SAOZ had het perceel op € 287.500,00 getaxeerd. Het verschil tussen deze taxaties valt naar het oordeel van de Afdeling binnen in beginsel aanvaardbare marges (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 4 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0798). Dit betekent dat de SAOZ en de STAB aan het planologisch nadeel dat is geleden min of meer eenzelfde gewicht toekennen. De tegentaxatie van De Bont, die in zijn ‘Notitie inzake waardevermindering’ van 3 juli 2018 op een waarde op de peildatum van € 300.000,00 uitkwam, geeft niet langer twijfel over de juistheid van het rapport en de taxatie waarvan de SAOZ is uitgegaan. Gebleken is dat aan het rapport van de SAOZ, gelet op de bevindingen en de taxatie van de STAB, geen gebreken kleven. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college de taxatie van de waardevermindering in het advies van de SAOZ van oktober 2017 in redelijkheid aan het besluit van 17 mei 2018 ten grondslag heeft mogen leggen.
Zie AbRS 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1015, Waarderingsverschillen in taxatie Maasdriel.
Zie voor meer jurisprudentie de kennisbank planschade onder het trefwoord: Waarderingsverschillen in taxatie.
Ontvangt u onze gratis digitale nieuwsbrieven planschade nog niet ? U kunt zich hier aanmelden.