De legaliserende planologische maatregel.

Kan een legaliserend bestemmingplan tot planschade leiden ?

Hoofdregel is, dat schade als gevolg van illegale bouw en illegaal gebruik, alsmede de legalisering achteraf van deze illegale activiteiten niet geacht wordt voort te vloeien uit de legaliserende planologisch maatregel. Zie AbRS 8 september 1998, ECLI:NL:RVS:1998:AE0104.
De Afdeling wijkt van deze regel af in onder meer de uitspraak AbRS 8 september 1998, ECLI:NL:RVS:1998:AE0104, waarin de gelaedeerde tegen de illegale situatie heeft geprotesteerd en vervolgens legalisatie volgt. Ook wordt afgeweken van de hoofdregel indien het handelen in strijd met het bestemmingsplan door de gemeente zelf heeft plaatsgevonden. Zie AbRS 28 juni 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX9488.

Vorenstaande hoofdregel ziet slechts op legalisatie op naburige percelen. Indien de legalisatie plaats heeft op het eigen perceel wordt gewezen op de uitspraak AbRS 2 november 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU5412. In die casus leidden legalisatie  op het eigen perceel tot voordeel voor aanvrager en dat voordeel werd verrekend met planologisch nadeel als gevolg van de wijziging van bebouwings- en gebruiksmogelijkheden op een naburig perceel.

De Afdeling overweegt:

“Het beroep van appellant op de jurisprudentie betreffende legaliserende bestemmingsplannen kan niet slagen. Deze jurisprudentie betreft, voorzover hier van belang, geschillen ter zake van de vergoeding van schade geleden ten gevolge van nabij het perceel van de aanvrager gelegen, niet binnen het voorheen geldende bestemmingsplan passende, bebouwing die in een nieuw bestemmingsplan alsnog is gelegaliseerd. De schade wordt in die gevallen niet geacht voort te vloeien uit de bepalingen van het nieuwe plan, doch uit de eerdere, veelal illegale bouw. Deze jurisprudentie is niet van toepassing op het onderhavige geschil, nu de desbetreffende bebouwing zich op het perceel van appellant zelf bevindt en het niet gaat om de vraag naar de toerekening van schade.”

Scroll naar boven