Het normale maatschappelijke risico en het afstandscriterium

Een van de omstandigheden die bepalend is voor de vraag of (een deel van) de schade kan worden toegerekend aan het normale maatschappelijke risico is de afstand van de litigieuze ontwikkeling tot de woning van een (vermeend) gelaedeerde. Op welke wijze dient dit criterium in de beoordeling te worden betrokken. Bij een aantal adviseurs zie ik dat het afstandscriterium wordt gebruikt om te verhinderen dat een hogere drempel dan de forfaitaire wordt toegepast, dan wel toepassing van een hogere drempel wordt gematigd. De redenering is dat de ontwikkeling op een zodanig korte afstand van de onroerende zaak van de gelaedeerde heeft plaatsgevonden en dat dientengevolge het woongenot zodanig wordt aangetast dat een hogere drempel dan de forfaitaire in het advies wordt afgeraden. Wordt het criterium zo wel op een juiste wijze toegepast ? Mijns inziens niet. 

In de uitspraak van de Afdeling van 2 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:530 (Zundert) overweegt de Afdeling dat aan het afstandscriterium geen zelfstandige betekenis toekomt. De Afdeling overweegt:

“Aan de korte afstand, daargelaten dat deze bij een inbreidingslocatie als het plangebied niet ongebruikelijk is, komt hier geen zelfstandige betekenis toe, omdat de omvang van de waardevermindering van de woningen wordt bepaald door de afstand van de woningen tot locatie waar de ontwikkeling heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor dient te worden gehouden dat de korte afstand reeds in de waardevermindering van de woningen is verdisconteerd.”

Op deze overweging is de Afdeling in latere uitspraken niet expliciet teruggekomen. Het criterium zou een rol kunnen spelen maar niet op een wijze zoals in bovenstaande rechtsoverweging is aangegeven.

Het afstandscriterium is overigens waarschijnlijk ontleend aan de oude Kroonjurisprudentie. Doch in deze jurisprudentie werd het criterium gebruikt in het kader van de planologische vergelijking en wel als onderdeel van de vraag of en in welke mate planologisch nadeel was opgetreden en niet in het kader van de vergoedbaarheid van de schade.

Ik ben benieuwd of de Afdeling de lijn ingezet met de uitspraak van 2 maart 2016 doorzet. Op welke wijze het afstandscriterium bij doorzetting van deze lijn een rol speelt laat zich raden. Ik ben de mening toegedaan dat in beginsel dit criterium geen rol kan spelen bij de bepaling van de omvang van het normale maatschappelijke risico. Ik zie naast de toepassing van deze omstandigheid in het kader van de planvergelijking geen rol wel gelegd in het kader van het normale maatschappelijke risico.

 

 

Scroll naar boven