Ik heb deze uitspraak in mijn nieuwsbrieven opgenomen vanwege het beroep op doorbreking van de voorzienbaarheid. Ook in mijn praktijk kom ik met enige regelmaat de stelling tegen dat de voorzienbaar is doorbroken vanwege bijvoorbeeld de lange duur tussen het beleid waaruit de voorzienbaarheid kan worden afgeleid en de planologische maatregel die de schade heeft veroorzaakt.
Het moge bekend te worden verondersteld dat de voorzienbaarheid dient te worden beoordeeld naar het moment van de aankoop of investeringsbeslissing.
De hoofdregel voor voorzienbaarheid is dat ten tijde van de aankoop er een concreet beleidsvoornemen (van de zijde de overheid) moet zijn dat overigens geen formele status behoeft te hebben, waarvan de gelaedeerde voorafgaand aan de aankoop kennis had kunnen nemen. Uit de jurisprudentie van de Afdeling blijkt, zie bijvoorbeeld AbRS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582, dat bij het bepalen van de voorzienbaarheid van de schade geen betekenis toekomt aan de grootte van de ten tijde van de beslissing tot investering bestaande kans dat de schade niet zou ontstaan.
Omstandigheden die na de aankoop of investeringsbeslissing plaatsvinden zijn niet van invloed op de vraag of schade voorzienbaar is. Dus kan de voorzienbaarheid niet worden doorbroken door die ontwikkelingen. Doorbreking van de voorzienbaarheid dient derhalve ook te worden beoordeeld op het moment van de aankoop of investeringsbeslissing.
Welke feiten en omstandigheden leiden tot het oordeel dat ondanks het bestaan van kenbaar (objectief) planologisch beleid in redelijkheid de ontwikkeling niet meer had behoeven te worden verwacht. Het betreft in hoofdzaak na de bekendmaking van het beleidsvoornemen maar voor de aankoopdatum in werking zijnde getreden bestemmingsplannen waarin noch in de regels of toelichting gewag wordt gemaakt van het eerdere beleidsvoornemen.
Zie voor de volledige uitspraak AbRS 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1984.
Zie voor meer jurisprudentie de ‘kennisbank planschade’ van Langhout & Wiarda, onder het trefwoord ‘voorzienbaarheid’, subtrefwoord ‘doorbreking van voorzienbaarheid’.