AbRS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1970, Schijn van partijdigheid Raalte

In de onderhavige uitspraak is de vraag aan de orde of de schijn van partijdigheid door de deskundige is gewekt. De rechtbank  had geoordeeld dat appellant dit te laat heeft aangevoerd, omdat hij van de mogelijkheid om te wraken geen gebruik had gemaakt en hij ook in die tijd al werd bijgestaan door een deskundige. Appellant komt tegen dit oordeel in hoger beroep omdat omdat hij er eerst later van op de hoogte kwam dat de adviseur het college ook als advocaat had bijgestaan in juridische procedures. Dat hij de adviseur niet heeft gewraakt neemt niet weg dat het college hem niet als adviseur mocht inschakelen, aldus appellant.

De Afdeling overweegt:

“4.1. Niet in geschil is dat Klostermann onafhankelijk is, omdat hij niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de gemeenteraad of het college en hij ook niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft. In geschil is of de schijn van partijdigheid is gewekt.

4.2. Indien een college van burgemeester en wethouders zich ter onderbouwing van een besluit op een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade beroept op een advies van een onafhankelijke deskundige, ligt het op de weg van dit college zich te vergewissen van de onpartijdigheid van de geraadpleegde deskundige. Een aanvrager mag er in beginsel op vertrouwen dat een college hieraan voldoet. Hierbij is van belang dat een college beter in staat is dan een aanvrager om na te gaan of de (beoogde) adviseur en/of zijn kantoorgenoten de gemeente, het college en/of een ander bestuursorgaan van de gemeente in het nabije verleden hebben geadviseerd en/of bijgestaan in juridische procedures.

In dit geval heeft het college [appellant] er niet op gewezen dat Klostermann en/of zijn kantoorgenoten de gemeente, het college en/of andere bestuursorganen van de gemeente in het nabije verleden hebben geadviseerd en/of bijgestaan in juridische procedures. Klostermann heeft ook niet uit eigen beweging kenbaar gemaakt welke werkzaamheden hij en/of zijn kantoorgenoten in het nabije verleden voor de gemeente, het college en/of andere bestuursorganen van de gemeente hebben verricht. Ter zitting heeft [appellant] desgevraagd te kennen gegeven dat mr. H.M.E. Baten, werkzaam bij Tog Nederland, hem er in de bezwaarfase op heeft geattendeerd dat Klostermann werkzaamheden voor de gemeente heeft verricht en dat hij dit naar voren heeft gebracht zodra dit hem bekend werd. De Afdeling ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen.

Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank niet kan worden gevolgd in haar oordeel dat [appellant] zijn stelling dat de schijn van partijdigheid is gewekt te laat naar voren heeft gebracht, omdat hij gebruik had moeten maken van de bij brief van 24 januari 2014 geboden mogelijkheid Klostermann te wraken.

4.3. Dit brengt de Afdeling ertoe te beoordelen of de schijn van partijdigheid van Klostermann is gewekt.

De Afdeling heeft het college bij brief van 9 maart 2016 verzocht een overzicht over te leggen van de diensten die Klostermann de periode voordat hij het college adviseerde over het tegemoetkomingsverzoek van [appellant] voor de gemeente, het college en andere bestuursorganen van de gemeente heeft verricht. De Afdeling heeft het college verder verzocht om ingeval ook andere advocaten, verbonden aan het kantoor waar Klostermann de periode voor de adviezen werden uitgebracht werkzaam was, diensten voor de gemeente, het college of andere bestuursorganen van de gemeente hebben verricht ook hiervan een overzicht over te leggen.

Bij brief van 12 april 2016 heeft het college een overzicht overgelegd waaruit blijkt dat Klostermann de gemeente in de jaren voor de advisering in de zaak [appellant] en tijdens de advisering in deze zaak in twee procedures als advocaat heeft bijgestaan en driemaal advies heeft uitgebracht aan de gemeente of bestuursorganen van de gemeente. In deze periode hebben meerdere kantoorgenoten van Klostermann de gemeente of bestuursorganen van de gemeente als advocaat bijgestaan of geadviseerd. De Afdeling stelt vast dat het door het college overgelegde overzicht niet overeenkomt met de op de zitting bij de rechtbank door het college gedane mededeling dat Klostermann de gemeente eenmaal heeft bijgestaan en dat het college de rechtbank derhalve in zoverre onjuist heeft geïnformeerd.

Naar het oordeel van de Afdeling volgt uit het overgelegde overzicht dat grond bestaat om de schijn van partijdigheid van Klostermann aan te nemen (zie in dit verband ook de uitspraak van de Afdeling van 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4570). Hiertoe is van belang dat een advocaat zorg draagt voor de rechtsbescherming van zijn cliënt en dat hij daartoe partijdig is bij de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van zijn cliënt. De schijn van partijdigheid kan worden gewekt door een deskundige die in het ene geval door een bestuursorgaan wordt ingeschakeld om een onafhankelijk advies uit te brengen, terwijl deze deskundige of anderen die van hetzelfde samenwerkingsverband deel uitmaken, gelijktijdig of betrekkelijk kort voorafgaande aan de verlening van de opdracht tot advisering als deskundige, in een of meer andere gevallen hetzelfde bestuursorgaan, de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort of andere organen die deel uitmaken van dezelfde rechtspersoon, als advocaat of gemachtigde heeft, respectievelijk hebben bijgestaan of geadviseerd.

Dat het college – of de gemeente – ten tijde van belang geen exclusieve relatie had met Klostermann of het kantoor waarvoor Klostermann werkzaam was doet er niet aan af dat de schijn van partijdigheid is gewekt. Dat Klostermann in deze procedure niet is opgetreden als gemachtigde bij de rechtbank en niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft, doet hieraan gelet op het voorgaande evenmin af.

Het betoog slaagt daarom ook voor het overige.”

Voor meer jurisprudentie zie AbRS 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:795, AbRS 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:50, AbRS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1359, AbRS 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4570.

Scroll naar boven