AbRS 17 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3567, Aanvraag uitbreiden hangende procedure Bodegraven-Reeuwijk

In de deze uitspraak gaat het om de vraag in hoeverre aanvrager zijn aanvraag kon uitbreiden naar een tweede planologische wijziging. De aanvraag had betrekking op het op 6 april 2010 vastgestelde bestemmingsplan Driebruggen. Op 17 juni 2016 besluit het college op de aanvraag. In de fase van bezwaar verzoekt aanvrager om in het onderzoek ook het op 16 september 2015 vastgestelde bestemmingsplan De Groendijck-Oost, Driebruggen te betrekken. Dit plan was op 20 april 2016 onherroepelijk geworden.

4.    Bij beslissing op bezwaar d.d. 25 oktober 2016 heeft het college uiteengezet dat het tweede bestemmingsplan sinds 20 april 2016 onherroepelijk is, dat appellant in verband met dat bestemmingsplan geen afzonderlijke aanvraag om een tegemoetkoming in planschade heeft ingediend en dat het college daarom met dat bestemmingsplan geen rekening hoeft te houden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het tweede bestemmingsplan in het besluit van 25 oktober 2016 terecht buiten beschouwing gelaten.

De Afdeling overweegt:

“6.1.    In artikel 6.1.2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: het Bro) is bepaald dat de aanvraag, onverminderd artikel 4:2, eerste lid, van de Awb en artikel 6.1 van de Wro,  een aanduiding bevat van de oorzaak, bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, van de Wro, ter zake waarvan een tegemoetkoming in de schade wordt gevraagd. In de nota van toelichting bij artikel 6.1.2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bro (Stb. 2008, 145, p. 64) is vermeld dat de in die bepaling bedoelde aanduiding van de schade inhoudt welk juridisch besluit of welke bepaling de oorzaak van de door de aanvrager gestelde schade is. In artikel 6.1.3.2 van het Bro is voorts bepaald dat het bestuursorgaan een adviseur aanwijst die een advies uitbrengt over de op de aanvraag te nemen beslissing, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 of aan artikel 4:5 van de Awb.

6.2.    In het aanvraagformulier van 27 maart 2015 is uitsluitend het eerste bestemmingsplan als oorzaak van de gestelde planschade aangewezen.

6.3.    Bij brief van 18 januari 2016 heeft [appellant] een zienswijze naar aanleiding van het conceptadvies van Haute Equipe van 23 december 2015 gegeven. In die zienswijze heeft hij niet tevens verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 16 september 2015 vastgestelde tweede bestemmingsplan. [appellant] heeft dat voorafgaand aan het besluit van 17 juni 2016 niet alsnog gedaan, ook niet nadat de Afdeling, bij uitspraak van 20 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1028), de door [appellant] en anderen tegen het raadsbesluit van 16 september 2015 ingestelde beroepen ongegrond had verklaard, waardoor het tweede bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Haute Equipe heeft slechts onderzoek gedaan naar het nadeel dat [appellant] heeft ondervonden als gevolg van de inwerkingtreding van het eerste bestemmingsplan.

6.4.    De heroverweging van het primaire besluit dient, in beginsel, te geschieden op basis van de feiten of omstandigheden, zoals die zijn op het tijdstip waarop het besluit op bezwaar wordt genomen. Dit laat onverlet dat die heroverweging binnen de grenzen van de aanvraag, zoals deze in de aanvraagfase nader is toegelicht of bijgesteld, en het primaire besluit plaatsvindt. Het college was niet gehouden om buiten die grenzen te treden door in de bezwaarfase na te gaan of [appellant] als gevolg van de inwerkingtreding van het tweede bestemmingsplan schade heeft geleden. De rechtbank heeft in dit verband terecht overwogen dat het op de weg van [appellant] lag om de aanvraag voorafgaand aan het primaire besluit aan te vullen dan wel een nieuwe aanvraag in te dienen.”

Bij de beslissing op bezwaar geldt als hoofdregel dat met alle relevante feiten en omstandigheden, die op dat moment bekend zijn, rekening dient te worden gehouden. Deze regel laat onverlet dat de heroverweging dient te geschieden binnen de grenzen van de aanvraag, zoals deze in de aanvraagfase nader is toegelicht of bijgesteld.

Scroll naar boven