AbRS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1293, Directe planschade en het normale maatschappelijke risico Breda

Ik heb deze uitspraak opgenomen omdat er tot op heden nog  maar weinig uitspraken zijn op het gebied van het normale maatschappelijke risico bij directe planschade. In de Wet ruimtelijke ordening is in artikel 6.2, tweede lid een forfaitaire drempel van 2 % opgenomen in gevallen van indirecte planschade. Bij directe planschade geldt dit forfait niet. In de casu wordt in een geval van directe planschade een drempel van 5 % geadviseerd door de deskundige en deze wordt ook overgenomen door het college. De motivering kan de toets der kritiek niet doorstaan. Ook overweegt de Afdeling dat deze aftrek betrekkelijk hoog is voor een geval van directe planschade, mede gelet op de omstandigheid dat de wetgever voor directe planschade geen forfaitaire drempel heeft gesteld. Gelet op deze motivering moet het mogelijk voor juist worden gehouden dat uitspraak AbRS 11 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:18 een bijzondere positie inneemt in relatie tot de hoogte van de toegepaste drempel of korting bij planschade in een geval van directe planschade.

De Afdeling overweegt:

“9.1.    Ten Have zet in haar nader advies uiteen dat het oude bestemmingsplan “Tuinzigt” in 1994 in werking is getreden, bestemmingsplannen elke tien jaar herzien moeten worden en dat het derhalve in de rede lag dat het plan zou worden aangepast. Aangezien al uit de toelichting op “Tuinzigt” blijkt dat de gemeenteraad heeft gesignaleerd dat de hiërarchische opbouw van winkelvoorzieningen in toenemende mate onder druk staat en de winkelleegstand in de periode van 2006-2012 is toegenomen, lag een wijziging van de ruimtelijke ontwikkeling volgens Ten Have in de lijn der verwachting. Ten Have wijst er in dit verband ook op dat uit de concept-Detailhandelsnota die in oktober 2001 en de Detailhandelsnota 2002 die op 28 februari 2002 is vastgesteld kenbaar is dat een voor het winkelcentrum negatieve planologische ontwikkeling in het verschiet ligt.

9.2.    De maatschappelijke ontwikkeling die Ten Have beschrijft is algemeen gesteld. De beoordeling die Ten Have maakt van de voor het winkelcentrum negatieve maatschappelijke ontwikkelingen verhoudt zich niet tot de door haar voorgestelde, doch niet nader gemotiveerde, aftrek van 5%. Deze aftrek is namelijk betrekkelijk hoog voor een geval van directe planschade, zoals hier aan de orde, mede gelet op de omstandigheid dat de wetgever voor directe planschade geen forfaitaire drempel heeft gesteld.”

Voor meer informatie raadpleeg onze kennisbank.

Scroll naar boven