In deze casus is bij uitspraak van 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4570 door de Afdeling geoordeeld, dat de schijn was gewekt dat de ingeschakelde deskundige als planschadeadviseur niet onpartijdig was. De Afdeling heeft toen het besluit op bezwaar vernietigd en bepaald dat een beroep tegen het nieuwe besluit niet bij de rechtbank, maar slechts bij de Afdeling kan worden ingesteld.
De vervolgens door het college van burgemeester en wethouders ingeschakelde adviseur wordt door aanvrager ook als niet onafhankelijk betiteld. Volgens aanvrager was deze schijn gewekt doordat uit een e-mail van een juridisch adviseur van de gemeente zou blijken dat zij de adviseur van TOG kent.
De Afdeling overweegt als volgt:
“Wanneer de schijn is gewekt dat de door het bestuursorgaan benoemde planschadeadviseur niet onpartijdig is, mag het bestuursorgaan het advies van deze adviseur niet aan zijn besluitvorming ten grondslag leggen.
De schijn van partijdigheid kan worden gewekt door een deskundige die in het ene geval door een bestuursorgaan wordt ingeschakeld om een onafhankelijk advies uit te brengen, terwijl deze deskundige of anderen die van hetzelfde samenwerkingsverband deel uitmaken, gelijktijdig of betrekkelijk kort voorafgaande aan de verlening van de opdracht tot advisering als deskundige, in een of meer andere gevallen hetzelfde bestuursorgaan, de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort of andere organen die deel uitmaken van dezelfde rechtspersoon, als advocaat of gemachtigde heeft, respectievelijk hebben bijgestaan of geadviseerd (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4570).
6.2. Op de behandeling van het verzoek van [appellante] van 30 augustus 2010 is de op 15 juni 2009 in werking getreden “Verordening aanwijzing en werkwijze planschadeadviseur Helmond 2009” (hierna: de verordening) van toepassing. Ingevolge artikel 1, onder c, van de verordening is een adviseur een persoon of adviescommissie, die geen deel uitmaakt van of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het college, en die belast is met de advisering over het op de aanvraag te nemen besluit. In artikel 3, achtste lid, van de verordening is in aanvulling hierop bepaald dat een adviseur niet betrokken mag zijn bij de voorbereiding van of de advisering over de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft.
Gesteld noch gebleken is dat TOG deel uitmaakt van of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de raad of het college van Helmond of dat zij betrokken is geweest bij de voorbereiding van of de advisering over de planologische maatregel waarop het verzoek van [appellante] betrekking heeft. Dit heeft het college bij brief van 26 februari 2015 ook uitdrukkelijk aan [appellante] bevestigd naar aanleiding van de door haar geuite bezwaren tegen het inschakelen van TOG. Evenmin is gesteld dan wel gebleken dat TOG gelijktijdig dan wel nagenoeg gelijktijdig door het college, de raad of de gemeente Helmond is ingeschakeld om zijn belangen te behartigen dan wel als zijn gemachtigde op te treden in een gerechtelijke procedure. Gelet hierop is in zoverre van een schijn van partijdigheid van TOG geen sprake.
Dat, naar [appellante] stelt, deze schijn is gewekt doordat uit een e-mail van een juridisch adviseur van de gemeente Helmond zou blijken dat zij de adviseur van TOG kent, kan niet worden gevolgd. In de desbetreffende e-mail van de juridisch adviseur, die op 12 november 2015, en derhalve nadat het conceptadvies door de adviseur was opgesteld is gestuurd, is de adviseur van TOG met zijn voornaam aangesproken. Dit enkele gegeven is onvoldoende voor de conclusie dat reeds daarom de schijn zou zijn gewekt dat de adviseur partijdig zou zijn. Dat de adviseur in een telefoongesprek met [appellante] zou hebben gezegd in opdracht van het college te handelen, kan evenmin tot de conclusie leiden dat daarmee de schijn van partijdigheid is gewekt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 11 oktober 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY9901) betekent de enkele omstandigheid dat een deskundige op verzoek van een bestuursorgaan een advies heeft opgesteld niet zonder meer dat haar advisering niet als onafhankelijk en onpartijdig kan worden aangemerkt.”
Zie voor meer jurisprudentie onze kennisbank planschade onder het trefwoord onafhankelijkheid deskundige. Deze uitspraak is in de kennisbank opgenomen omdat de afgelopen jaren de onafhankelijkheid van de adviseur met grote regelmaat aan de orde wordt gesteld.