In deze uitspraak was onder meer de vraag aan de orde of welstandsbepalingen in weg stonden aan de maximale invulling van het voorafgaande planologische regime. Volgens vaste jurisprudentie staan welstandsbepalingen in beginsel niet in de weg aan de maximale invulling van de mogelijkheden die een bestemming biedt. De meest relevante jurisprudentie treft u aan onder het trefwoord “welstand” in onze “kennisbank” planschade.
De Afdeling overweegt als volgt:
“9.2. Onder het oude bestemmingsplan gold voor de achtererven, waarop de bestemming ‘Erf’ lag, een maximale bouwhoogte van zes meter. Onder het nieuwe bestemmingsplan ligt op de achtererven de bestemming ‘Wonen’, waarbij voor de gronden buiten het bouwvlak – zoals het achtererf – eveneens een maximale bouwhoogte van zes meter geldt. De rechtbank heeft derhalve in navolging van de StAB terecht geoordeeld dat op basis van de bouwmogelijkheden onder het oude en nieuwe planologische regime het mogelijk was het achtererf van [appellant] bijna geheel te omringen met een muur van zes meter hoog direct grenzend aan de gronden van [appellant]. Anders dan [appellant] heeft betoogd, zijn de welstandsnota en de nota van beantwoording van de tegen het nieuwe bestemmingsplan ingediende zienswijzen geen onderdelen van de te vergelijken planologische regimes en dienen zij om die reden, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, niet in de planvergelijking te worden betrokken. Om die reden kan hetgeen [appellant] heeft aangevoerd over dakkapellen op erfbebouwing evenmin slagen. De Afdeling merkt nog op dat, zoals zij reeds eerder heeft overwogen in de uitspraak van 29 april 2008 (ECLI:NL:RVS:2008:BD0762), de criteria omtrent eisen van welstand die in een gemeentelijke welstandsnota zijn neergelegd, gelet op artikel 12, derde lid, van de Woningwet, niet in de weg staan aan de realisering van een in het bestemmingsplan toegelaten bebouwingsmogelijkheid.”