In de onderhavige casus was de vraag aan de orde of een aanvraag om tegemoetkoming in schade met als grondslag een gesteld schadeveroorzakend planologisch besluit hangende de aanvraag kan worden uitgebreid met een tweede later genomen planologisch besluit. Appellanten willen dat ook de planschade die zou zijn veroorzaakt door de op 2 augustus 2013 verleende omgevingsvergunning voor een terras op het binnenterrein bij de beoordeling wordt betrokken. Zij betogen dat de rechtbank dit ten onrechte niet heeft gedaan. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, was die omgevingsvergunning ten tijde van de aangevallen uitspraak wel onherroepelijk en kon daarin geen reden zijn gelegen om die vergunning bij de beoordeling van de planschade buiten beschouwing te laten.
Het college heeft daartegenover gesteld dat al met betrekking tot de omgevingsvergunning van 2 augustus 2013 aanvragen om een tegemoetkoming in planschade waren ingediend die bij onherroepelijke besluiten van 22 oktober 2013 niet-ontvankelijk zijn verklaard omdat het recht niet was voldaan en dat de rechtbank reeds daarom die aanvragen niet bij het beroep kon betrekken.
De Afdeling overweegt:
“5.1. Zolang een ingeschakelde adviseur nog geen advies heeft uitgebracht over een ingediende aanvraag om een tegemoetkoming in planschade naar aanleiding van een gesteld schadeveroorzakend besluit, is het niet uitgesloten dat de aanvraag en daarmee het onderzoek wordt uitgebreid met een later genomen beweerdelijk schadeveroorzakend besluit, als dat besluit wat betreft het onderwerp voldoende samenhang vertoont met het eerdere schadeveroorzakende besluit. Dat kan het geval zijn als het gaat om hetzelfde project waarvoor in de tijd verspreid verscheidene planologische besluiten worden genomen. In dit geval deed zich dat voor bij het nieuwe ontheffingsbesluit van 7 januari 2011. Dat besluit is door de SAOZ in haar advisering en vervolgens door het dagelijks bestuur van het stadsdeel bij zijn besluiten van 24 april 2012 meegenomen. Het nieuwe beweerdelijk schadeveroorzakend besluit dateert van 2 augustus 2013. Dat is na de advisering door de SAOZ en de primaire besluitvorming. Het kon derhalve niet meer worden meegenomen bij de oorspronkelijke aanvragen. De Afdeling constateert dat er in bezwaar en beroep geen aanvraag om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de omgevingsvergunning voor het terras voorlag. De vraag of een dergelijke aanvraag bij de procedure kon worden betrokken, deed zich dan ook niet voor. Uit de stukken blijkt dat [appellant sub 1A] en [appellante sub 1B] hangende het hoger beroep, bij brief van 20 juli 2015, als gevolg van de omgevingsvergunning voor het terras alsnog een nieuwe, aanvullende aanvraag om een tegemoetkoming in planschade hebben ingediend. In dit stadium van de procedure kunnen de aanvragen evenwel niet meer worden gevoegd. Voor zover [appellant sub 1A] en [appellante sub 1B] betogen dat er in dezen sprake is van een salamitactiek van de betrokken projectontwikkelaar dan wel het betrokken bestuursorgaan, waarbij steeds weer vergunningaanvragen worden ingediend en besluiten worden genomen in het kader van hetzelfde project, en dat bij elke aanvraag om planschade weer het normale maatschappelijke risico wordt tegengeworpen waardoor de schade voor hun rekening blijft, wijst de Afdeling erop dat in het kader van de nieuwe aanvraag moet worden bezien in hoeverre de verschillende planologische besluiten samenhang vertonen en in hoeverre het redelijk is de schade die wordt geacht onder het normale maatschappelijke risico te vallen weer afzonderlijk te bepalen. In overweging 16 e.v. van deze uitspraak wordt nader ingegaan op dit laatste aspect.”
Dus als er nog geen advies is uitgebracht kan de aanvraag worden uitgebreid met een later genomen beweerdelijk schadeveroorzakend besluit, als dat besluit wat betreft het onderwerp voldoende samenhang vertoont met het eerdere schadeveroorzakende besluit. De drempel vanwege het normale maatschappelijke risico wordt in beginsel per schadeveroorzakend besluit toegepast. Op deze regel wordt een uitzondering gemaakt als de elkaar opvolgende planologische maatregelen zo nauw met elkaar verweven zijn, dat de voor- en nadelen die uit de maatregelen voortvloeien moeten worden geacht voort te vloeien uit één en dezelfde maatregel. In zo’n geval kunnen de bedragen die per afzonderlijke oorzaak als schade zijn getaxeerd wel bij elkaar worden opgeteld en kan daarop één keer de drempel van het normale maatschappelijke risico worden toegepast.
Voor meer info zie: AbRS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2583. Voor meer info over het planschaderecht raadpleeg onze kennisbank planschade.