In deze casus wordt door de aanvrager om een tegemoetkoming in planschade betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de StAB bij de planvergelijking ten onrechte de aard en intensiteit van de geur buiten beschouwing heeft gelaten. Deze aspecten zijn weliswaar subjectief van aard, maar dat betekent niet dat zij geen schade veroorzaken. Omdat de StAB alleen rekening heeft gehouden met de toename van de blootstellingsduur, is niet de volledige schade in beeld gebracht, aldus appellant.
De Afdeling overweegt:
“9.1. De StAB heeft in het verslag van 12 februari 2015 uiteengezet dat om het aspect geurhinder te kunnen beoordelen voor en na de peildatum, de maximale geurimmissie bij nabijgelegen woningen die zou kunnen worden veroorzaakt door het uitrijden van mest op landbouwgrond, moet worden vergeleken met de maximaal vergunbare geurimmissie ter plaatse van woningen als gevolg van het in werking zijn van de biomassavergistingsinstallatie. De voor die installatie geldende geurnormen zijn uitgedrukt als een geurconcentratie in combinatie met een blootstellingsduur. De StAB heeft toegelicht dat het ervaren van geurhinder afhankelijk is van een aantal factoren, zoals hedonische waardering, gewenning, incidenteel of continu optredend, waardoor deze component lastig te duiden en hoe dan ook subjectief van aard is. De StAB heeft daarom de andere component van de geurnorm, te weten de blootstellingsduur aan geur in uren per jaar, als objectief criterium gehanteerd bij de beoordeling van de geurhinder.
9.2. Anders dan [appellant] betoogt, heeft de StAB terecht de aard en intensiteit van de geur niet meegewogen bij de planvergelijking. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraak van 27 november 2013; ECLI:NL:RVS:2013:2107) dient een geobjectiveerde vergelijking te worden gemaakt tussen de planologische maatregel waarvan gesteld wordt dat deze schade heeft veroorzaakte en het voordien geldende planologische regime. Subjectieve elementen spelen daarbij geen rol. Dat betekent dat in dit geval de geurhinder objectief dient te worden geduid om te kunnen worden vergeleken in de oude en nieuwe planologische situatie. Gelet hierop en omdat het ervaren van geurhinder een subjectief element is, heeft de rechtbank terecht het StAB-verslag gevolgd waarin het aspect geurhinder is beoordeeld aan de hand van het objectieve criterium blootstellingsduur. [appellant] heeft ook in hoger beroep geen gronden aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de StAB de geurhinder op onjuiste wijze heeft beoordeeld.”
Omdat geurhinder subjectief van aard is, wordt de mate van ongenaamheid van de geur bij de planvergelijking buiten beschouwing gelaten en dient de geurhinder beoordeeld aan het objectieve element ervan, te weten de blootstellingsduur. Voor meer informatie welke gevolgen aan de planologische maatregel kunnen worden toegerekend zie in onze kennisbank planschade bijvoorbeeld het trefwoord “planvergelijking“.