In deze uitspraak is door de aanvrager, aan wie een tegemoetkoming in planschade is toegekend, aan de rechtbank verzocht om de kosten die zijn gemaakt teneinde een zienswijze in te dienen naar aanleiding van het uitgebrachte conceptadvies, te vergoeden. De rechtbank gaat daar niet in mee. Dit naar mijn mening ten onrechte.
In artikel 6.5 Wro is onder meer bepaald dat indien burgemeester en wethouders een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 6.1 toekennen zij daarbij tevens vergoeden de redelijkerwijs gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand.
De motivering die de rechtbank aan de weigering om de gevraagde kosten te vergoeden ten grondslag legt luidt als volgt:
“Deskundigenkosten
8. De gemachtigde van eiser heeft aan eiser kosten in rekening gebracht voor a. het indienen van een zienswijze over een concept van het planschaderapport en b. het verrichten van proceshandelingen tijdens de bezwaarfase. Eiser vindt dat verweerder die kosten aan hem moet vergoeden.
9.1.Verweerder hoeft de kosten voor het indienen van een zienswijze niet aan eiser te vergoeden. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.
In haar uitspraken van 8 juli 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2148) en 11 juli 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX1032) heeft de Afdeling onder meer overwogen dat a. het fungeren als deskundige en gemachtigde in dezelfde zaak onverenigbaar is met elkaar nu een deskundige in tegenstelling tot een gemachtigde geacht wordt onpartijdig te adviseren, en b. om die reden geen grond bestaat voor vergoeding van kosten die de gemachtigde in zijn hoedanigheid van deskundige heeft gemaakt.
Uit de gedingstukken leidt de rechtbank af dat Agteres de zienswijze in zijn hoedanigheid van rechtsgeleerde gemachtigde naar voren heeft gebracht, en niet in zijn hoedanigheid van onafhankelijk deskundige. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de zienswijze van 8 april 2016, het bezwaarschrift van 20 juli 2016 en het beroepschrift van 25 november 2016 tekstueel (nagenoeg) geheel met elkaar overeenstemmen.
Naar het oordeel van de rechtbank bestond voor eiseres echter geen noodzaak om zich al voorafgaand aan het primaire besluit te laten bijstaan door een rechtsbijstandverlener. Dit wordt bevestigd door de omstandigheid dat de zienswijze in kwestie niet heeft geleid tot aanpassing van het concept van het planschaderapport, en door het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit in stand kan blijven.“
Mijns inziens staat de omstandigheid dat de gemachtigde van aanvrager kennelijk zowel als onafhankelijk deskundige en gemachtigde heeft opgetreden er niet aan in de weg om de kosten die betrekking hebben op het uitbrengen van een reactie op het conceptadvies te vergoeden. Dit geldt ook in relatie tot de omstandigheid dat de reactie niet tot aanpassing van het advies heeft geleid.
In de eerste plaats verwijs ik naar de algemeen geldende jurisprudentie aangaande de vergoeding van deskundigenkosten. In aanmerking komen door een derde beroepsmatig verleende kosten van (rechts)bijstand. Voor het beroepsmatig verlenen van rechtsbijstand is van belang dat deze werkzaamheden een vast onderdeel vormen van een duurzame, op het vergaren van een inkomen gerichte taakuitoefening. Hij of zij die als derde beroepsmatig rechtsbijstand verleent dient daarnaast voldoende deskundig te zijn. Voor rechtsbijstand geldt dat hij of zij over enige juridische scholing dient te beschikken. Bij de beoordeling daarvan kunnen onder meer de ingediende processtukken worden betrokken. Zie AbRS 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1638. Niet is vereist dat iemand een officiële afgeronde opleiding heeft: de relevante kennis kan ook door zelfstudie en praktijkervaring worden opgedaan AbRS 22 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1295. In casu staat dit aspect naar ik uit de uitspraak begrijp niet ter discussie.
In relatie tot planschade in het bijzonder.
Vergoeding van deskundigenkosten. In artikel 6.5. Wro is bepaald dat indien burgemeester en wethouders een tegemoetkoming in schade toekennen, zij daarbij tevens vergoeden de redelijkerwijs gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand, met dien verstande dat:
I. De fase voorafgaand aan het uitbrengen van het conceptadvies.
Het is vaste jurisprudentie dat de kosten gemaakt voor het inschakelen van juridische en andere deskundige bijstand voorafgaand aan het uitbrengen van het conceptadvies niet voor vergoeding in aanmerking komen. Indien aan de aanvraag bijzondere eisen worden gesteld, dient met afwijking van deze regel rekening te worden gehouden (bijv. het verplicht overleggen van een taxatierapport bij de aanvraag).
II. De fase na het uitbrengen van het conceptadvies tot aan besluit in primo.
Na het uitbrengen van het conceptadvies ontstaat een andere situatie. Ik wijs daarbij in de eerste plaats op het bepaalde in artikel 6.5 Wro, waarbij is bepaald dat indien burgemeester en wethouders een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 6.1 toekennen, zij daarbij tevens de redelijkerwijs gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand vergoeden. A contrario geredeneerd houdt deze bepaling mijns inziens in, dat indien geen tegemoetkoming wordt toegekend, geen kosten op basis van dit artikel behoeven te worden vergoed. In deze fase kan vergoeding op basis van het bepaalde in de Awb geen sprake zijn, want de artikelen 7:15 Awb en 8:75 Awb spelen eerst in respectievelijk bezwaar en beroep een rol.
Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt dat gemaakte kosten van deskundige bijstand voor vergoeding in aanmerking komen, indien het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn (dubbele redelijkheidstoets). Niet is vereist dat de inschakeling van deskundigen leidt tot een voor aanvrager meer gunstig resultaat. Zie AbRS 11 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1032. In de uitspraak AbRS 1 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX3290 wordt een aanzet gegeven, wanneer in redelijkheid geen aanleiding bestaat om een deskundige in te schakelen.
Indien een niet-juridisch deskundige wordt opgeroepen, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die de bijstand van deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden ten tijde van de inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag.
III. De fase na het besluit in primo (zwaar, beroep en hoger beroep).
Na het besluit in primo geldt voor bezwaar, beroep en hoger beroep het proceskostenbesluit voor de kosten van juridische deskundige bijstand. De basis voor de vergoeding van kosten van juridische bijstand ligt in de artikelen 7:15 en 8:75 Awb. Voor de kosten van niet-juridische deskundige bijstand blijft de dubbele redelijkheidstoets gelden.
Uit de jurisprudentie blijkt, dat er verschillende uurtarieven worden gehanteerd met betrekking tot vergoeding van kosten van een niet juridisch deskundige in de fasen van bezwaar, beroep en hoger beroep. Voor de vergoeding van deze kosten hanteert de Afdeling veelal een forfaitair bedrag van € 75,00 per uur. Zie bijvoorbeeld AbRS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4490. Maar ook andere tarieven worden gehanteerd.
Naar mijn mening heeft de wetgever een en ander duidelijk geregeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Besluit), maar zijn de regels kennelijk aan de aandacht ontsnapt. In artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit is bepaald dat een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 onderscheidenlijk een vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, of 7:28, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht betrekking kan hebben op onder andere de kosten van een deskundige. In artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit is bepaald dat de vergoeding van de kosten plaatsvindt overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken 2003. Op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet tarieven strafzaken in verbinding met het bepaalde in artikel 6 van het Besluit tarieven in strafzaken, geldt momenteel een uurtarief van € 116,09.
Interessant is ook nog de vraag of de vergoedingen in- of exclusief omzetbelasting zijn. Op grond van artikel 15 van het Besluit tarieven in strafzaken zijn de bedragen exclusief de verschuldigde omzetbelasting. In de praktijk blijkt dat veelal de omzetbelasting niet wordt vergoed.
In het bijzonder wijs ik nog op de volgende jurisprudentie.
In de uitspraak AbRS 1 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX3290 wordt een aanzet gegeven wanneer in redelijkheid geen aanleiding bestaat om een niet-juridisch deskundige in te schakelen.
“Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het conceptadvies van het Kenniscentrum – naar wijze van totstandkoming – niet zorgvuldig of – naar inhoud – niet inzichtelijk en concludent was. Voorts heeft [appellant] geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het conceptadvies naar voren gebracht. Onder die omstandigheden was er voor [appellant] in redelijkheid geen aanleiding om een deskundige in te schakelen om de waardevermindering te laten taxeren. Het college heeft het verzoek om vergoeding van de kosten van het taxatierapport van Roetert terecht afgewezen.”
Dus indien het advies inzichtelijk en concludent is, is er geen reden om een taxatierapport te laten opstellen. De kosten van rechtsbijstand om tot deze conclusie te komen dienen naar mijn mening gelet op uitspraak van 11 juli 2012 (zie hierboven) wel te worden vergoed.
Uit AbRS 23 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1641 volgt dat in het geval de gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van het bestreden besluit uitsluitend het gevolg zijn van de overschrijding van de redelijke termijn en het besluit op zichzelf rechtmatig is, deskundigenkosten in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking komen, maar slechts de kosten die de belanghebbende heeft gemaakt voor beroepsmatige rechtsbijstand en het verschijnen ter zitting. De gegrondverklaring en vernietiging zien immers niet op een onrechtmatigheid in het besluit.
Uit vorenstaande jurisprudentie volgt dat de rechtbank de kosten die door aanvrager zijn gemaakt voor het uitbrengen van een reactie op het opgestelde conceptadvies niet onder de door haar gegeven motivering kan afwijzen. De omstandigheid dat de Agteres zowel als deskundige heeft gereageerd op het conceptadvies en (later) als gemachtigde in bezwaar en beroep heeft gefungeerd kan mijns inziens geen reden zijn om de kosten die aanvrager heeft gemaakt om een zienswijze op het conceptadvies uit te brengen niet te vergoeden. In de door de rechtbank aangehaalde uitspraak van 8 juli 2015 had de gemachtigde in bezwaar en beroep zowel als onafhankelijk deskundige en als gemachtigde opgetreden en om die reden werden, omdat zowel het bezwaar als het beroep en hoger beroep ongegrond werden verklaard, de kosten van rechtsbijstand en daarnaast de kosten van onafhankelijk deskundige niet vergoed. Deze laatste kosten werden in ieder geval niet vergoed omdat de deskundige in bezwaar, beroep en hoger beroep ook als gemachtigde heeft gefungeerd. Deze problematiek doet zich in casu niet voor omdat het gaat om de kosten na het uitbrengen van het concept en voor het besluit in primo en het in die fase niet uitmaakt in welke hoedanigheid op het concept is gereageerd.
Voor meer informatie en jurisprudentie: Zie de kennisbank planschade van Langhout & Wiarda bestuursschade en omgevingsrecht deskundigen.